Een wonder op wielen

De fiets is van de conventionele transportmiddelen het meest energie-efficiënte voertuig dat we kennen. Ter vergelijking: de fietser verbruikt circa 50 kilojoules per kilometer, een halfvolle tram ongeveer 400 kilojoules per reizigerskilometer en een auto met daarin twee personen verbruikt circa 1200 kilojoules per reiziger per kilometer. Of andersom: met de energie van één reep Mars komt de fietser het verst.

Ook ten opzichte van de wandelaar, want lopen kost per kilometer nog altijd twee tot drie keer zoveel energie. De winst voor de fiets ten opzichte van het lopen zit ‘m in de vrij draaiende wielen. De fietser rolt met één keer trappen lekker verder, de wandelaar rolt (hopelijk) niet door. Ten opzichte van de auto wint de fiets vooral op gewicht, maar ook andere zaken spelen mee, zoals rolweerstand. De fietser met fiets samen zijn veelal nog geen 100 kilo, terwijl de gemiddelde lege auto al boven de 1000 kg komt.

Het kan altijd beter. Er zijn namelijk verschillende soorten fietsen. De 50 kJ per kilometer is gebaseerd op een ‘normale’ fiets. Een racefiets is dankzij smalle banden, het beperkte gewicht en de aerodynamische houding nog efficiënter. Zo kan het dat je met gewoon fietsen (100 W) op een stadfiets z’n 18 kilometer per uur rijdt, terwijl je op de racefiets dan al tegen de 25 kilometer per uur gaat. Meer meters dus, bij een gelijkblijvend vermogen. Ook de tandem is in dit opzicht een geweldige variant. De rolweerstand en luchtweerstand zijn misschien net iets groter, maar de lasten worden verdeeld over twee (of meer) personen. De ligfiets en de velomobiel – het verder gestroomlijnde zusje – zijn de absolute kampioenen. Een ligfietser verbruikt niet eens de helft van de energie van een gewone fietser.

Er bestaat zeker een verschil tussen de theorie en de praktijk. Wanneer een autofabrikant opgeeft dat het voertuig 1 op 22 rijdt, mag je blij zijn wanneer je daadwerkelijk de 1 op 17 haalt. Een soortgelijk verschil geldt ook voor fietsen. Een ideale testomgeving is nu eenmaal iets anders dan de harde praktijk in de stedelijke omgeving. Fietsen zijn onderhevig aan slijtage. Slecht onderhoud vermindert het potentieel. Wanneer de banden niet op goede spanning staan, neemt de rolweerstand toe. Even de banden oppompen en je merkt het verschil. Daarnaast heb je in de stad te maken met ander verkeer. Stoplichten zijn nodig voor het autoverkeer, maar één keer stoppen met de fiets en weer optrekken staat toch gelijk aan het energieverlies van 100 tot 200 meter fietsen. Verhoogde luchtweerstand, door hogere snelheden of wind, kunnen het potentieel ook verminderen. Maar hoe je het ook wendt of keert: de fiets blijft een wonder op wielen!

1 gedachte over “Een wonder op wielen”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.